Bron: Noord-Hollandsdagblad-HDC Media
schoorl - Het is, zoals organisator Sven Ootjers het eens treffend verwoordde, ’de belangrijkste onbelangrijke wedstrijd van het jaar’. De Klimduinrun past weliswaar moeiteloos in de categorie prutrace, traplopen, beddenrace en stilettorace, maar niettemin verwerf je met een triomftocht aanzien.
Aan een plein met aan weerszijden cafés en door bomen omzoomd, ligt het Klimduin in Schoorl er idyllisch bij. Op zonovergoten dagen is het hier goed toeven. Kinderen leven zich dan naar hartelust uit, terwijl de op de terrasjes neergestreken ouders zich nauwelijks om hun kroost hoeven te bekommeren. De ogenschijnlijk lieflijke zandheuvel heeft echter ook een wrede eigenschap. Voor degene die hem willen overmeesteren, boezemt hij angst in.
Vraag het maar aan de sportievelingen, die één zondag per jaar naar boven proberen te snellen. Voor hen is het Klimduin een kuitenbijter van jewelste. Want of je het nu wilt of niet: de verzuring slaat onbarmhartig toe. Vroeg of laat lopen je benen vol en word je door kramp overvallen. Vanaf dat moment is het overleven.
De Klimduinrun heeft dan ook heel wat slachtoffers geëist. Tijdens de drie eerdere afleveringen waarin de individuele prestatie centraal stond, sneuvelden bovendien niet de minste namen. De reputaties van meerkampster Jolanda Keizer en de hordelopers Gregory Sedoc en Marcel van der Westen, alledrie medaillewinnaars bij Europese indoorkampioenschappen, hoogspringer Martijn Nuijens, de nummer vijf van het WK in Berlijn in 2009, en de Belg Cédric van Branthegem, olympisch finalist op de 4x400 meter in Peking in 2008, bleken niets waard. Het vijftal kwam er niet aan te pas. Gisteren was het niet anders. Yvonne Hak, afgelopen zomer in Barcelona de verrassende winnares van het EK-zilver op 800 meter, figureerde.
Ga er ook maar aan staan. In mul zand omhoog sprinten, waarbij in de finale een afstand van 110 meter moet worden overbrugd én een hoogte van 54 meter moet worden bedwongen, is niet iedereen gegeven. Het is een geseling van lijf en leden, waarvoor je over specifieke kwaliteiten moet beschikken.
Naast de ideale cocktail van snelheid, kracht en uithoudingsvermogen moet je bovenal de bereidheid hebben onderweg te willen sterven. Die karaktertrek blijkt vooral aanwezig bij atleten, en dan in het bijzonder de specialisten op de 400 meter. Want net als in 2007, ’08 en ’09 waren zij het die de wedren kleur gaven.
Dat van de eretitel ’koning(in) van het Klimduin’ inmiddels een magneetwerking uitgaat, werd overigens gisteren onderstreept. Niet alleen Nederlandse atleten - onder wie meerdere nationaal kampioenen - gaven massaal acte de présence, maar ook was er een half dozijn Belgische toppers naar Noord-Holland afgereisd.
Van dit sextet tekende Axelle Dauwens voor een primeur. Niet alleen kroonde het 19-jarige lid van de Belgische EK-estafetteploeg op de 4x400 meter zich tot eerste buitenlandse kampioene, bovendien doorbrak zij de ban. Als eerste vrouw ging zij er met de hoofdprijs vandoor. Dit dankte zij aan haar verbluffende parcoursrecord (30,07 seconden) en het ’weerstandspercentage’ dat bij de mannen werd opgeteld. Die kregen de vrouwenscore minus 25 procent als vertrekpunt, ofwel een eis van 22,55 seconden.
Peter Wolters - wie anders dan de tweevoudig winnaar én parcoursrecordhouder (24,11) - bleef met zijn winnende uithaal van 23,17 seconden ruim een halve tel van de overallzege verwijderd. De 29-jarige oud-Castricummer werd derhalve niet met een scooter beloond, maar met een fiets afgescheept.
Meer nog dan van de materiële aderlating baalde Wolters van de imagoschade. De koning van het Klimduin moest immers plots een koningin naast zich dulden. De Belgische Axelle Dauwens snelt naar de overallzege.





